Herdenken bij het Vredespaleis en samen verdergaan

Op woensdag 7 oktober 2026 sprak ik bij het Vredespaleis in Den Haag tijdens een herdenking en interreligieuze bezinningsbijeenkomst. Met mensen vanuit verschillende tradities, religies en levensbeschouwingen stonden we stil bij de slachtoffers van 7 oktober 2023 en het oorlogsgeweld dat daarop volgde. Bij de mensen die werden gedood of gewond raakten, bij de nabestaanden en bij iedereen die moest vluchten. De vraag die ons samenbracht was: hoe komen we samen verder?

De bijeenkomst werd gedragen door de Raad van Kerken in Nederland, de interreligieuze Prinsjesdagviering, de Haagse Gemeenschap van Kerken, het interreligieuze platform Vrouwen voor Vrede en Moslims in Nederland.

Naast mijn eigen bijdrage waren er bijdragen van ds. Birke Rapp, predikante van de Bergkerk in Den Haag; rabbijn Marianne van Praag van de Liberaal Joodse Gemeente Den Haag; Hanneke Gelderblom, ambassadeur van Vrouwen voor Vrede Den Haag; en Auke de Leeuw, voorzitter van het Humanistisch Verbond Haaglanden. Burgemeester Jan van Zanen sloot de bijeenkomst af. Ook Jesse Klaver was aanwezig.

Die vraag vraagt om zorgvuldigheid. Verdriet verdwijnt niet doordat we samenkomen. Verschillen in hoe we gebeurtenissen beleven evenmin. Een herdenking kan wel ruimte bieden om het verlies van een ander te erkennen, zonder van die ander te verlangen dat hij eerst onze kijk op de gebeurtenissen overneemt.

Voor mij hoort daar ook bij dat we onrecht kunnen benoemen en elkaar kunnen blijven aanspreken. Luisteren betekent niet dat je iedere uitspraak onderschrijft. Het betekent dat je iemand de gelegenheid geeft zijn verhaal te vertellen voordat je reageert. Zeker wanneer een onderwerp dichtbij komt, kan dat veel van ons vragen.

In mijn bijdrage wilde ik die aandacht verbinden aan onze verantwoordelijkheid voor jongeren. We spreken gemakkelijk over de wereld die zij later zullen erven. Maar zij leven nu al met vragen, zorgen en beelden van oorlog. Daarom ging het in mijn woorden ook over de ruimte die we hun vandaag geven.

Mijn gesproken woorden

Vandaag staan we hier met verschillende overtuigingen, maar met een verdriet dat ieder van ons kan herkennen. Het gemis van een geliefde. De angst om een kind. Het verlangen naar een plek waar je veilig bent.

We herdenken alle slachtoffers van 7 oktober en het oorlogsgeweld dat daarop volgde. Achter ieder slachtoffer schuilt een leven. Een familie. Een toekomst die anders had moeten zijn.

Hoe komen we samen verder?

Vanuit mijn geloof wil ik de ander met aandacht tegemoet treden. Juist wanneer het moeilijk is. Juist wanneer woorden pijn doen en onze ervaringen ver uit elkaar liggen.

Mevlana Rumi spreekt over een veld waar we elkaar kunnen ontmoeten, voorbij onze oordelen. Ik denk aan een plek waar je je verdriet mag uitspreken zonder eerst je achtergrond te hoeven verdedigen. Een plek waar niet meteen een antwoord nodig is, maar waar wel geluisterd wordt.

Die ruimte kunnen wij elkaar geven.

Ook aan jongeren. We spreken vaak over hun toekomst. Maar vragen we hun hoe zij deze tijd beleven? Wat maakt hen bang? Waar hopen zij op en dromen ze over? Welke wereld willen zij later bewonen?

Zij kijken naar ons. Zij zien of onze woorden over vrede ook zichtbaar worden in onze omgang met elkaar. Zij merken of we werkelijk ruimte maken voor het verhaal van de ander.

Laten we hun laten zien dat je diep kunt verschillen en toch zorgvuldig met elkaar kunt omgaan. Dat verdriet niet tegen elkaar hoeft te worden uitgespeeld. Dat luisteren geen zwakte is, maar een vorm van moed.

Misschien durven zij dan morgen het gesprek voort te zetten dat wij vandaag beginnen. Misschien bouwen zij verder aan de ruimte die wij nu samen openen.

Een ruimte waarin verschil niet leidt tot verwijdering, maar tot begrip. Een ruimte waarin vrede niet alleen een wens blijft, maar stap voor stap werkelijkheid kan worden.

Het gesprek na de herdenking

De vraag hoe we verdergaan krijgt betekenis in de ontmoetingen die hierna volgen. Bijvoorbeeld wanneer iemand in onze omgeving iets zegt dat ons raakt. Dan kunnen we direct antwoorden, maar ook eerst vragen wat die persoon bedoelt of heeft meegemaakt. Dat biedt geen garantie op overeenstemming. Het geeft ons wel de kans om zorgvuldig te reageren op wat er werkelijk wordt gezegd.

Voor jongeren geldt hetzelfde. Hen uitnodigen voor een gesprek vraagt ook dat we hun inbreng serieus nemen. Dat we een lastige vraag laten staan, doorvragen en niet meteen het antwoord overnemen. Zo krijgen zij de gelegenheid zelf woorden te vinden voor wat hen bezighoudt.

Daar ligt voor mij een opdracht na deze herdenking. Wanneer we jongeren vragen om naar elkaar te luisteren, moeten zij dat ook bij ons kunnen zien. Aan tafel, in onze gemeenschappen en in de manier waarop we online reageren. Juist in een gesprek dat schuurt, kunnen wij laten zien hoe je een overtuiging vasthoudt en tegelijk aandacht houdt voor de mens tegenover je.

Share: